Palau Tioman

geplaatst in: Maleisië | 0

De bus naar Maleisië was een avontuur op zich. Blijkbaar zijn er gigantisch veel Malay die in Singapore werken en elke dag pendelen. We zitten dus als enige toeristen op de bus. De rit gaat moeizaam, om 20u is het blijkbaar nog steeds spitsuur. Na een uurtje rijden komen staat de bus helemaal stil. We zijn aan de grenspost aangekomen. Er is één rijstrook die vól scooters staat. Daarnaast zijn er drie rijstroken voor auto’s en twee rijstroken voor bussen. Het is aanschuiven tot de grenspost. De buschauffeur neemt aan dat we niet meer willen wachten en laat ons het laatste stukje te voet doen. Er is zo goed als een apart gebouw voor mensen met een werkvisum. Zij moeten met duizenden tegelijk aanschuiven, maar dat gaat heel snel. Daarnaast zijn er tientallen loketjes voor toeristen. Hier staat nbiet zo veel volk, maar omdat er veel problemen zijn met vingerafdrukken duurt het echt enorm lang. Eens buiten moeten we wachten op de volgende bus, een stukje verder rijden tot de Maleisische grens en weer hetzelfde. De grenspost in Singapore was echt de grootste die we al gezien hebben. Wat eden ervaring om dit met de bus te doen! (Doen we nooit meer 😀 )

De eerste nacht in Maleisië brachten we door in een stadje vlakbij de grens: Johor Baru. Hier hebben we onze was gedaan en een gekeken wat we allemaal willen doen in dit land.
Rustigaan dus. Het stadje zelf was ook niet echt veel, dus verplaatsten we ons naar Mersing, waar we de volgende ochtend de boot namen naar de Tioman eilanden.

Maleisië staat bekend om haar mooie tropische eilanden. Zo zullen we er dus zeker een paar bezoeken in de drie weken die ons nog resten. Het eerste eilandje dat op de planning staat is Pulau Tioman. Dit is zeker niet het bekendste eilandje waar de grote horde toeristen naartoe gaat, en dat vinden wij prima. Pulau Tioman is een echt Jungle eiland, waar hier en daar wat bomen gekapt zijn om er wat huisjes te kunnen neerpoten. Wij verblijven in het zuiden van het eiland, in het meest lokale dorpje Muluk. Het is er ongelofelijk rustig en de stranden zijn er prachtig. En het mooiste is om vanop de kajak in de zee naar het eiland te kijken. Het weer zit niet echt mee, waardoor het wat mistig is en de bergtoppen in de wolken verdwijnen. Dat maakt het alleen maar mooier.

Vanuit ons kleine dorpje maakten we een uitstap naar de watervallen. Met dichte schoenen, want op dit eiland zitten maar liefst 200 verschillende soorten slangen, waaronder ook enkele die dodelijk zijn. Het was een korte, maar toch stevige tocht en we waren blij dat we de verfrissende waterval in konden duiken! ‘S avonds kochten we een kilo (héél verse) vis bij de lokale visser die net aankwam met zijn vangst. Voor de kilo vis betaalden we 7RM, da’s ongeveer anderhalve euro. Deze bakten we bij zonsondergang in bananenblaren op de barbeque op het strand.

Na twee nachten in dit minidorpje besloten we een andere plek op het eiland te bezoeken, Tekek. Dit zou het meest toeristische dorpje op het eiland zijn. Ook hier was het prachtig, en er was meer dan één eetgelegenheid hier, in tegenstelling tot het vorige dorpje. Vanaf hier maakten we ook een snorkeluitstap naar een ander eilandje. ‘T is te zeggen, naar een hoop stenen met vijf bomen op. We zwommen een paar rondjes rond het eiland en zagen er ongelofelijk veel kleurrijke visjes! En het koraal was nog grotendeels levend. De leukste visjes die we zagen waren ongetwijfeld de clownvissen. Ze gedragen zich écht zoals in de film Nemo 😀

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Laat een reactie achter