Yangon

geplaatst in: Myanmar | 1

Onze eerste indruk van Myanmar was niet echt proper.. Toen we uit te luchthaven kwamen, werden we door verschillende taxichauffeurs aangesproken die ons naar ons hotel wilden brengen. Op zich niks mis mee natuurlijk, maar die mannen hun tanden waren allemaal smé-rig. Al die mannen hadden bruin-rode tanden. Dit komt omdat ze ‘Paan’ eten. Dit is een smerig goedje dat geserveerd wordt op een groen blad (betelblad). Er wordt een wit spul (kalkmengsel) op dat blad gesmeerd en daar doen ze dan brokjes betelnoot op. (Die betelnoot komt trouwens niet van dezelfde boom als het betelblad, raar maar waar). Dit kauwen ze dan en daar krijgen ze een headrush van. Bijna iedereen kauwt dat hier in Myanmar, ook veel vrouwen. Wanneer ze dit uit tuffen, komt dit standaard met een smerige rochel. Daarna spoelen ze hun mond even na met water en tuffen ze dat uit. Dit beland allemaal gewoon op straat. Je kan je dus al inbeelden hoe de straten er hier bijliggen, met overal bruin-rode vlekken.

We sliepen in Chinatown, en toen we de volgende dag op pad gingen, werden we meteen in de plaatselijke cultuur onder gedompeld. De straten stonden bomvol straatstandjes. Er werd van alles verkocht: gaande van druiven en drakenfruit tot gedroogde vis en allerlei ingewanden in een pot op het vuur. Deze geuren in combinatie met smerige straten vol uitgespuugde Paan en rottend fruitafval, deed mijn maag echt keren. Het was ook zooo ontzettend druk dat er geen ruimte was om even alles te laten bezinken.
We hebben snel een uitweg gezocht uit deze hekselketel om even te bekomen. Ik denk dat we van mijn eerste cultuurshock ooit kunnen spreken. Joepie! Ook opvallend: alle mannen dragen hier lange rokken als traditie, en ongeveer de helft van de bevolking smeert een geel goedje uit een boom op hun gezicht. Dit laatste zou tegen de zon zijn en zorgen voor een mooiere huid.

Je zou beginnen denken dat Myanmar een lelijk land is, en dat dachten wij op deze eerste dag ook. Maar het ging gelukkig al heel snel terug berg op! Toen we bekomen waren van onze hectische ochtend, zijn we wat door de stad gewandeld. En wat een lieve mensen overal! Iedereen lacht naar ons en zegt vriendelijk goeiedag. De Birmezen die Engels kunnen schieten ons meteen te hulp wanneer we nog maar naar een wegenplannetje durven kijken, en ze willen allemaal weten waar we vandaan komen. En iédereen wist dat we goed bezig zijn in het WK. Ze geloven allemaal dat we de beker zullen winnen. (Intussen weten wij wel beter)..

De eerste Paya (tempel) die we in Myanmar bezochten, was meteen ook de mooiste: Schwedagon Paya. Onderweg naar de Paya haalden we op een gegeven moment ons kaartje boven om te kijken welke kant we op moesten, en er kwamen meteen drie locals op ons af om ons te helpen. Hieronder ook een monnik die zelf op weg was naar de tempel. Hij vroeg of we met hem wilden meewandelen, wat we uiteraard deden.

Ikzelf was een beetje het vijfde wiel aan de wagen. Begrijpelijk, want vrouwen worden in het Boeddhisme als ‘gevaarlijk’ gezien. Ik liep dus heel de tocht naar de pagoda achteraan te huppelen. Gelukkig kon ik het gesprek wel afluisteren. Rein had namelijk veel vragen voor de monnik, maar hij was eventjes vergeten dat het bij wet verboden is om slecht over Boeddha te spreken. Toen ik Rein aan de monnik hoorde vragen of ‘Boeddha niet liever zou gehad hebben dat de rijkdom die nu in de tempels gestoken wordt, in de lokale bevolking geïnvesteerd zou worden?’, kon ik gelukkig nog net op tijd het puntje van mijn paraplu tegen zijn billen prikken. Ik heb namelijk niet genoeg geld meer om hem vrij te kopen uit de Burmese gevangenis.

De Paya op zich was echt prachtig. We werden helemaal rond geleid door de monnik en brachten er samen de hele namiddag door. Vooral het avondlicht op de enorme gouden ‘stupas’ was echt prachtig. Uit ons gesprek met de monnik kwamen we te weten dat alle kinderen hier het monnikschap moeten uitproberen. Wanneer ze dan monnik worden, wordt hun haar afgeschoren. Alle jonge kindjes hebben hier dus kort haar, want iedereen moét monnik proberen worden. Na een bepaalde tijd mogen de kinderen dan beslissen of ze monnik willen blijven of niet.

Een ander hoogtepunt in Yangon was ons bezoekje aan het Poppentheater. Daar staat Myanmar namelijk bekend om. Het poppentheater ging door bij iemand zijn thuis, aangezien optredens door de overheid verboden werden. Ooit is het volk namelijk in opstand gekomen door een controversieel optreden. We reden dus naar het huis van een groep die internationale prijzen gewonnen had. Dit was best vreemd om zo als enige bij iemand in de living te zitten en van een privéoptreden te genieten. Heel erg leuk om te zien wel! Dat was echt een fantistische ervaring.

Verder maakten we ook een uitstap naar een dorpje aan de andere kant van de rivier: Dalah. Wij moesten een ander bootticket kopen dan de locals, eentje dat ongeveer 10x zo duur was. Daarnaast kregen we een ‘student’ mee, die ons zou vergezellen naar daar, omdat het dorpje niet veilig zou zijn. Toen we daar aankwamen werd meteen duidelijk dat dit een scam was. De student bood ons superduur vervoer aan, en zei dat er geen andere optie was. Wij zijn dan even zelf gaan horen en hebben hetzelfde vervoer voor nog geen tiende van de prijs geregeld gekregen. Toen we dan zeiden dat het goed was en we zijn hulp niet meer nodig hadden, durfde hij nog te vragen of we geld wouden geven voor ‘de gids’! Het enige wat hij gedaan had, was ons proberen af te zetten! Nou..

Nu goed, het was echt een leuke uitstap. De mensen waren ongelofelijk vriendelijk, het was net alsof ze nog nooit blanken gezien hadden. De meesten durfden pas te lachten nadat wij eerst lachten, omdat ze precies niet wisten hoe ze zich moesten gedragen. De kindjes zwaaiden naar ons en wij riepen wel zeker duizend keer “minglaba” terug naar iedereen. We voelden ons net Filip en Mathilde op missie in het (arme) buitenland. Onze kaakspieren deden er na een paar uur pijn van, dus namen we de boot maar terug naar Yangon.

Vanaf Yangon reisden we met de trein naar Bago. Dit was een leuke rit van twee uur door de rijstvelden door. En echt óveral zie je hier pagoda’s verschijnen. Over Bago hebben we niet veel te vertellen. Dit was gewoon een tussenstop om de lange busrit naar Mawlamyine wat in te korten.

 

 

 

 

 

 

 

  1. R.

    Steek Rein maar in tempel, is em ook eens fatsoenlijk naar de kapper geweest!! 😉

Laat een reactie achter